Druiven
Riesling
De meest eerlijke witte druif: aromatisch van zichzelf, hoog van zuur, nooit geblend, en een neus die haarfijn verraadt waar de wijn vandaan komt.
Riesling is het lievelingetje van wijnkenners, en dat is geen toeval. Weinig druiven laten hun herkomst zo duidelijk horen, en weinig witte druiven worden zo mooi oud. Waar Chardonnay zich laat kneden door de kelder, doet Riesling het tegenovergestelde: hij houdt zich stil en laat de plek spreken.
Aromatisch van zichzelf
Riesling is een aromatische druif: de aroma's zitten in de druif zelf en hebben geen hulp uit de kelder nodig. Daar komen twee dingen bij die je altijd terugvindt. De zuurgraad blijft hoog, zelfs bij warme oogsten. En het alcoholgehalte blijft laag tot medium: een Mosel-Kabinett kan onder de 9% blijven. Die combinatie geeft een strakke, verfrissende wijn die nooit log wordt.
Omdat de druif op zichzelf al genoeg te zeggen heeft, wordt Riesling niet geblend. Wat er in de fles zit, komt van één ras.
Steile hellingen op leisteen
Riesling groeit het best in een koel tot gematigd klimaat. Precies daarom liggen de klassieke wijngaarden op steile heuvels: een helling die naar de zon staat vangt maximaal zonuren, en dat is in een koel jaar het verschil tussen net wel en net niet rijp. Het leisteen eronder warmt overdag op en geeft die warmte 's nachts langzaam terug aan de wortels.
Het klimaat bepaalt het fruit
Hoe rijp de druiven worden, hoor je meteen terug. In een koel klimaat is Riesling bloemig, met groen fruit en citrus. In een gematigd klimaat schuift dat op naar rijpe citrus en steenfruit als perzik en abrikoos, en soms een tropisch randje. De kleur schuift mee: van bleek tot medium citroengeel, dieper naarmate de druiven rijper zijn of door edelrot zijn aangetast.
Droog en zoet uit dezelfde druif
Riesling bestaat in elke zoetegraad, van kurkdroog (trocken) tot stroperig zoet. De truc zit in de balans: de hoge zuren tillen de restsuiker op, zodat zelfs een zoete Auslese niet plakkerig smaakt maar levendig. Zoet betekent bij Riesling dus niet zwaar.
Let op hoe je de Duitse Prädikat-termen leest. Ze geven de rijpheid bij de oogst aan, en de ladder van droog naar zoet geldt alleen binnen wijnen van dezelfde druiven uit dezelfde wijngaard. Een Spätlese is dus niet per definitie zoeter dan een Kabinett. Vertrouw op het etiket: trocken is droog, feinherb is halfdroog.
De zoetste stijlen dragen hun eigen naam. Een Beerenauslese (BA) en een Trockenbeerenauslese (TBA) komen van druiven die zijn aangetast door botrytis, waarbij de TBA het verst is gegaan: zeldzaam, zeer zoet en laag in alcohol. Eiswein volgt een andere route en wordt geperst van bevroren druiven.
Nauwelijks kelderwerk, wel jaren op de fles
Riesling ondergaat bijna nooit malolactische gisting en gaat ook zelden op eik. Daardoor mist hij de boter- en roomtoon die je bij een gerijpte Chardonnay kunt vinden, en houdt hij die frisse, bijna kristallijne stijl.
Verjaren kan hij wel, misschien wel beter dan elke andere witte druif: het hoge zuur houdt de wijn overeind. Met rijping op de fles komen tonen van honing en toast, plus die geur die aan petroleum of vuursteen doet denken. Dat is geen fout maar een natuurlijk aroma (TDN), en voor veel liefhebbers precies de reden om te wachten.
In de neus
Koel klimaat geeft bloemig, groen fruit en citrus; gematigd klimaat rijpe citrus en steenfruit. Flesrijping brengt honing, toast en petrol.
- witte bloesem
- groene appel
- limoen
- rijpe citrus
- perzik
- abrikoos
- tropisch fruit
- honing (gerijpt)
- toast (gerijpt)
- petrol (gerijpt)
Prädikat: van droog naar zoet
De ladder geldt binnen wijnen van dezelfde druiven uit dezelfde wijngaard. Een Spätlese is dus niet automatisch zoeter dan een Kabinett.
Waar het vandaan komt
- MoselGroene appel en bloemig; licht en laag in alcohol. Duitsland
- RheingauRijpe perzik en abrikoos. Duitsland
- PfalzRijp steenfruit, soms tropisch. Duitsland
- ElzasCitrus, perzik en peer; meestal droog. Frankrijk
- Clare Valley & Eden ValleyLimoen en petrol. Australië
Aan tafel
Riesling past bij veel gerechten, mits je de juiste variant kiest. Kabinett bij zure, lichte voorgerechten; Spätlese bij (licht) pittig; Auslese of Beerenauslese bij zoute, stevige kazen zoals blauwe kaas. De zoetste stijlen horen bij het dessert.
- lichte voorgerechten
- pittige gerechten
- blauwe kaas
- zoute stevige kazen
- dessert
Voor je examen
Onthoud dit van Riesling
- Aromatisch, hoog zuur, laag alcohol.Het duidelijkste herkenningspunt bij blind proeven.
- Wordt niet geblend.In de fles staat Riesling altijd op zichzelf.
- Steile hellingen op leisteen.Maximaal zonuren in een koel klimaat; de steen houdt warmte lang vast.
- Prädikat duidt rijpheid, niet zoetheid.De ladder geldt alleen binnen dezelfde druiven uit dezelfde wijngaard.
- Zelden eik, geen malo.Dus geen boter- of roomtoon, wel strak fruit.
- De witte druif om te verjaren.Het zuur houdt hem overeind; honing, toast en petrol (TDN) komen met de jaren.